Tom Stuij
Directeur Mondial Movers

Omdat ik vind dat iedere leerling de kansen moet krijgen die ik zelf gehad heb, steun ik het steunfonds.

Ik ben Tom Stuij (1953)en heb op de Hugo de Groot, na 8 jaar, mijn HAVO-diploma gehaald. Dat kon toen nog, met als examenjaar 1973. Al die jaren ben ik met plezier naar school gegaan. Dat kwam vooral door de vriendschap met de medeleerlingen en de vrijheid die we kregen van het lerarenkorps en de rector.
Ik woonde in de Buizerdstraat, een zijstraat van de Dorpsweg en ging naar de lagere school in de Zegenstraat. Ik kende het schoolgebouw aan het Nachtegaalplein dus al vanaf mijn vijfde jaar. Ik wilde graag naar het Charlois Lyceum, want er gingen meer jongens uit mijn klas en de straat naar het Gymnasium. Dat klonk toch wel spannend.
Maar ik mocht niet meedoen aan het toelatingsexamen dat je af moest leggen. Volgens de leraar van de lagere school was ik nogal dromerig. Mijn vader besloot dat ik dan maar een jaar naar een soort voorbereidend onderwijs moest gaan en ja hoor een jaar later ben ik toegelaten.
Al binnen een paar dagen was ik, als inmiddels 12-jarige, helemaal enthousiast over alle leuke dingen die je kon doen. Vooral activiteiten van VODO, de schoolvereniging, vond ik fantastisch en heb me al snel voor een aantal van die activiteiten opgegeven. Hootenanny (volkdansen en zingen) was mijn favoriet, maar ook lessen om te leren bridgen heb ik trouw gevolgd. ( Volgens de kenners kan ik nog steeds niet zingen, dansen en bridgen en daar hebben ze eigenlijk wel gelijk in)
De school had toen een behoorlijk aantal jonge enthousiaste 1e graads leraren en die wisten me ook wel aan de gang te krijgen. Echter het eerste jaar moest ik al overdoen, dus m’n kansen op het gymnasium waren vervlogen. Ook de jaren op de HBS waren niet echt succesvol en zo kwam ik “automatisch” op de HAVO, want de oude scholen verdwenen als gevolg van de Mammoetwet, een grote hervorming van het onderwijsstelsel.
Wat bleef was een prima band met de andere leerlingen (ik was zeker niet de enige leerling die de school met vertraging doorliep, 10 jaar kwam toen ook voor. Het waren tenslotte de “sixties” met hasjiesj, nozems, provo’s, acties en noem maar op) en vooral met de schoolvereniging hebben we veel zaken met z’n allen opgepakt.
Dat was dus gelijk het “extra” dat de school mij gebracht heeft. Alles wat ik later gedaan heb, van organiseren, leidinggeven tot onderzoeken en onderhandelen, had ik op school al een keer meegemaakt. De school bleek later de samenleving in het klein te zijn geweest.
Het waren de jaren van de “Club van Rome”, de duurzaamheidsbeweging van begin jaren 70, en daar waren we druk mee. De wereld moest immers gered. Al snel zouden olie, kolen en gas op zijn. De mensheid was de wereld aan het vernietigen door uitputting en veelvuldig gebruik van vergif als middel tegen alle kwalen.
Tot op de dag van vandaag ben ik kritisch gebleven op onnodig gebruik van middelen en later is daar een totale duurzaamheidsgedachte bijgekomen. Eerst als directeur van het familiebedrijf Stuij en de Man, een transportbedrijf dat door mijn vader was opgericht in 1945. Later als directeur van Mondial Movers, dat uitgegroeid is van een “normaal” verhuisbedrijf tot het meest duurzame landelijk opererende verhuisbedrijf van Nederland. Het bedrijf is twee keer gekozen tot het meest transparante MKB-bedrijf van Nederland en nog maar kort geleden ook gehuldigd als winnaar van de Nederlandse vrijwilligersprijs voor bedrijven.
Mijn echtgenote komt niet uit Rotterdam, heeft niet op de Hugo de Groot gezeten, maar we kennen elkaar wel al uit mijn schooljaren. Ze heeft dan ook heel veel meegemaakt van mijn schooltijd, schoolfeesten en VODO-kampen. De Hugo de Groot is ook een deel van haar leven geworden. Direct na school zijn we gaan samenwonen en dat doen we nog steeds. De vrienden van toen zijn de vrienden van nu en in onze gesprekken neemt de school een vaste plaats in. In de jaren op de Hugo de Groot is dus echt de basis gelegd voor ons hele leven.
Dat is mooi.